Al 60 jaar functioneert dit tijdschrift als brug tussen de theorie en praktijk in het domein van de orthopedagogiek, onderwijs, gehandicaptenzorg en jeugdzorg. Een domein dat volop in beweging is en waarvan dit vakblad een onmisbaar onderdeel vormt. Het tijdschrift biedt verdiepende inhoud met artikelen die zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, waarbij een vertaalslag wordt gemaakt naar de praktijk. De wetenschappelijke resultaten worden op een leesbare en toegankelijke manier vertaald, zodat u er gelijk mee aan de slag kunt. De artikelen zijn actueel en sluiten aan bij wat er in de praktijk speelt. Wilt u door een nummer bladeren? Bekijk dan de bladerversie.

Veel ouders worstelen met de opvoeding van een kind met AD(H)D. Hoe ga je om met aandachts- en concentratieproblemen? Wat als je kind liegt, urenlang gamet of moeite heeft met sociale regels? En hoe begeleid je de overgang van kindertijd naar puberteit en adolescentie? Hoe help je deze ouders snel en vakkundig op weg?

Neurospeciale kinderen leren en reageren anders, omdat hun hersenen zich anders ontwikkelen, zoals bij ASS, AD(H)D, DCD en soms ook bij VB, TOS en dyslexie. Ze aanspreken op hun gedrag werkt dan ook vaak niet. Neurospeciale kinderen begrijpen en begeleiden. Prikkelverwerking, lichaamsgevoel, dyspraxie en executieve functies bij ASS, AD(H)D, DCD geeft nieuwe inzichten in hoe hun gedrag een weerspiegeling is van onderliggende problemen.
Werken in het (forensisch) sociaal domein is betekenisvol en interessant. Veel professionals kiezen dan ook bewust voor dit vak. Tegelijkertijd kan het werk soms (te) veel van professionals vragen, waardoor hun mentale veerkracht onder druk komt te staan. In dit webinar gaan we in op wat mentale veerkracht in gedwongen kader (en/of zij die werken met cliënten met agressief of anti-sociaal gedrag) precies inhoudt, welke factoren hierop van invloed zijn en hoe je hier als professional, team en organisatie bewust mee om kunt gaan.
Een kind moet uit huis worden geplaatst als zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de gegeven ondersteuning aan het gezin onvoldoende verbetering heeft kunnen bewerkstelligen in de manier waarop de ouder zijn kind zorg en aandacht gaf. Om in die situatie effectief beleid te kunnen voeren, is een kinderbeschermingsmaatregel noodzakelijk: de kinderrechter spreekt een ondertoezichtstelling uit met daarbij een machtiging tot uithuis- en pleeggezinplaatsing. Van belang is dat kind, ouder en pleegouder niet lang in onzekerheid gelaten worden over de vraag bij wie het kind zal opgroeien.
De Tweede Kamer is niet te spreken over een wet die bedoeld is om pesten op school tegen te gaan. De angst van Kamerleden is dat het plan voor zo’n grote bulk aan regelgeving gaat zorgen dat scholen erin verstrikt raken.
Wordt er wel echt geluisterd naar het kind in de knel? Nemen we de stem van het kind dat zich in een lastig pakket bevindt werkelijk serieus? En begrijpen we waar het kind mee zit? Enerzijds is er de afgelopen jaren onder professionals meer oog gekomen voor de inbreng van het kind – bij kinder- en familierechters, in de palliatieve zorg, en in technieken om met kinderen te praten over scheiding, mishandeling of trauma.

Ongeveer een op de veertien jongeren heeft een licht verstandelijke beperking. Dat is de schatting van het SCP. Volgens het landelijke kenniscentrum LVB raken ongeveer 11.000 kinderen met een licht verstandelijke beperking ernstig in de problemen. Vaak is er dan sprake van meervoudige complexe problematiek.
Iedereen krijgt vroeg of laat te maken met verlies. Terwijl verlies iedereen raakt, leren we nauwelijks hoe we met rouw van anderen kunnen omgaan. Uit ongemak vermijden we het gesprek, zeggen we goedbedoelde clichés of trekken we ons terug. Juist daardoor kunnen mensen zich in een van de moeilijkste periodes van hun leven extra alleen voelen.

De interventie Kinderen uit de Knel is officieel opnieuw goedgekeurd door de Erkenningscommissie Jeugdinterventies. Dat betekent dat de erkenning als goed onderbouwde interventie is verlengd voor de komende 5 jaar. Dat is iets waar we trots op kunnen zijn!

“Toen Iris 2,5 jaar oud was, merkten haar ouders dat er iets niet in orde was. Iris at bijna niets meer en wat ze at, spuugde ze uit. Haar babyvet verdween in hoog tempo; ze viel behoorlijk af. Iris werd door de huisarts doorverwezen naar de kinderarts. Tot grote schrik van iedereen bleek er een tumor te groeien in haar hoofdje”, schrijft auteur Wolanda Werkman (GZ-Psycholoog Rijndam Revalidatie) in het voorwoord van Cirkels van Nabijheid. Hoe dicht kom jij bij mij?